Twiter LinkdIn

Sectorverloning, hoe verder?

Sectorverloning afgeschaft per 24 mei 2017

Sectorverloning, verloning in vaksectoren of optimalisatie van de sectorindeling, allemaal termen voor hetzelfde resultaat: een potentieel forse besparing op de loonkosten. Traditioneel  zijn uitzendbureaus en veel payrollbedrijven ingedeeld in Sectorfonds 52. Vanuit dit fonds wordt de Ziektewet en een deel van de Werkloosheidswet gefinancierd. Aangezien het risico relatief hoog is, betalen uitzendwerkgevers een hoge premie. Met een andere sectorindeling kon veel geld worden bespaard.

Tot 24 mei 2017 toen Minister Asscher er met een publicatie in de Staatscourant een einde aan maakte. Nieuwe loonheffingsnummers worden alleen nog maar afgegeven in sector 52 en bestaande loonheffingsnummers kunnen daar vooralsnog in blijven.

Verlonen in vaksector, wat was het ook alweer?

Sectorverloning was mogelijk als er een duidelijke populatie van uitzendkrachten was aan te wijzen die onderling vergelijkbare werkzaamheden doen. Het uitzendbeding mocht dan niet meer gebruikt worden en de maximaal 78 weken uitsluiting loondoorbetaling bleef behouden. Op FlexNieuws hebben wij een serie artikelen over dit onderwerp gepubliceerd.

Het voordeel van verloning in andere sectoren dan sector 52, was dat de veel lagere premie Sectorfonds en de premie Whk. Een nadeel was dat de uitlener zelf verantwoordelijk was voor het ziekteverzuim tijdens de overeenkomst; toepassing van het uitzendbeding was immers niet toegestaan. Daarnaast konden andere pensioenfondsen dan StiPP van toepassing worden. Dat laatste kan overigens nog steeds, want dat is niet gebonden aan indeling in sector 52. Hier leest u meer.

Achtergrond van het besluit

Veel uitleners zijn de afgelopen jaren gebruik gaan maken van sectorverloning, al dan niet onder druk van (de inkoopadviseur van) de inlener. Om het ziekterisico te drukken werden vervolgens de arbeidsovereenkomsten steeds korter, vaak niet langer dan een week.

Als uitzendkrachten ziek of werkloos worden, dan krijgen zij net als ‘gewone’ werknemers een uitkering  die wordt betaald vanuit de sectoren. Nu de uitzendkrachten zijn verdeeld over vrijwel alle sectoren en dus niet meer zijn geconcentreerd in sector 52, ontstonden er in de andere sectoren extra uitgaven waar onvoldoende premie-inkomsten tegenover stonden.

Dit feit en de wens van Asscher om flexwerk duurder te maken, bleek de stok om mee te slaan. Door nieuwe instroom (en op termijn alle verloning) in vaksectoren te verbieden, maakt hij uitzendarbeid gelijk een stuk duurder.

Wat is het gevolg?

Op de korte termijn is de wijziging o.i. marktverstorend. Uitleners die in een vaksector kunnen verlonen, hebben voorlopig nog een lagere kostprijs. Nieuwe partijen zullen deze indeling ook niet meer  krijgen Dat maakt dat deze laatste groep aanzienlijk minder kans maakt bij grotere tenders.

Als, zoals wij verwachten, per 1 januari 2019 alle uitleners in sector 52 moeten gaan verlonen, dan is er in ieder geval voor iedereen weer een gelijk speelveld. De hoogte van de Werkhervattingskas is dan de bepalende factor voor de hoogte van de loonkosten, de rest van de loonkosten is – bij gelijke contractvorm steeds hetzelfde.

Het gevolg is dat de uitlener weer moet gaan concurreren op de kwaliteit van zijn dienstverlening en de effecten van het verzuimbeleid. Degene die zijn dienstverlening het meest efficiënt uitvoert en het laagste verzuim heeft, gaat de wedstrijd winnen. Maar wij zien ook  mogelijkheden voor het traditionele goede relatiebeheer: als de prijs gelijk is en de dienst ongeveer hetzelfde, dan komt er weer ruimte voor de gunfactor.

Extra gevolgen voor detacheerders in IT, finance, communicatie, etc.

Door de gewijzigde regeling komt iedereen die aan terbeschikkingstelling doet voortaan onder sector 52 te vallen. Dus ook detacheerders die hun werknemers ter beschikking stellen om onder leiding en toezicht van de opdrachtgever te werken. En sinds de uitspraak van de Hoge Raad inzake Care4Care weten we dat dit bijna alle detacheerders zullen zijn, ook al vinden ze zelf vaak van niet.

Wij vinden het jammer dat de minister met deze specifieke groep van bedrijven geen rekening heeft gehouden. Deze werkgevers geven vaak jaarcontracten of zelfs vaste contracten, investeren fors in opleidingen en hebben goede arbeidsvoorwaarden.

Door de uitspraak van de Hoge Raad worden ze gelijkgesteld met uitzenders, moeten ze zich aansluiten bij StiPP, de inlenersbeloning hanteren en nu ook nog de veel hogere premies van sector 52 betalen. Speciaal voor deze groep werkgevers, hebben wij ABUZeker ontwikkeld om aan alle eisen te voldoen.

U maakt al gebruik van sectorverloning: extra check is verstandig!

Dan is het verstandig door ons te laten toetsen of u aan alle eisen voldoet die de Belastingdienst daaraan stelde. De Belastingdienst had al aangekondigd in 2016 extra hierop toe te gaan controleren. Wij merken dat dat ook echt gebeurt op dit moment. Met onze beproefde model kunnen wij snel en tegen redelijke kosten bepalen of u aan de regels voldoet en ook steeds heeft voldaan.

Hoe verder?

Als u uitlener bent die overwoog om sectorverloning te gaan gebruiken, dan bent u te laat. Bent u uitlener die gebruik maakt van sectorverloning, dan moet u zich gaan voorbereiden op de definitieve afschaffing. En bent u inlener, dan moet uw aanbesteding anders worden ingericht en  moet u zich voorbereiden op forse prijsstijgingen.

De concurrentie zal (weer) veel meer gaan over uw toegevoegde waarde. Het enige échte onderdeel van de loonkosten dat varieert per werkgever is de instroom in de Ziektewet en de WGA. Dat, in combinatie met het zo efficiënt mogelijk uitvoeren van kwalitatief goede processen, zorgt bepaalt wie de strijd gaat winnen.

Wij staan klaar u daarbij te helpen! Neemt u contact met ons op voor een afspraak?